U bent hier

2018 - Vriendenstichting – vriend of financier?

Een stedelijk museum vraagt aan zijn vriendenstichting een jaarlijkse bijdrage voor het huren van een extern depot, nadat de gemeente eenzelfde verzoek heeft afgewezen. Het bestuur van de vriendenstichting honoreert het verzoek. Enige jaren later vraagt het museum aan de vriendenstichting ook een bijdrage voor de restauratie van een kunstwerk waarvan de stichting eigenaar is. 

Vraag aan de Ethische Codecommissie

De Nederlandse Federatie van Vrienden van Musea (NFVM) legt de commissie de volgende vraag voor: Is het in overeenstemming met de Ethische Code dat een museum aan een vriendenstichting die ook eigenaar is van een deel van de collectie een bijdrage vraagt voor een extern depot en restauraties?

Advies van de Ethische Codecommissie

De commissie acht dit niet in strijd met de Ethische Code. Ze weegt mee dat de gevraagde bijdragen passen binnen de statutaire doelstelling van de vriendenstichting. Bovendien is het bedrag niet zo hoog dat deze stichting daardoor in moeilijkheden raakt.

De commissie heeft tijdens haar onderzoek geconstateerd dat tussen de vriendenstichting en het museum geen bruikleenovereenkomst bestaat en ook geen ander document dat hun rechtsverhouding regelt. De commissie acht een dergelijke vastlegging om twee redenen noodzakelijk. Het vloeit voort uit de algemeen aanvaarde maatstaven voor documentatie (artikel 2.20 van de Ethische Code), waaronder de vereiste vastlegging van onder meer de herkomst van museumobjecten. Vastlegging draagt er bovendien aan bij dat vriendenstichting en museum weten wat ze van elkaar kunnen verwachten.

Download hier het advies (pdf)

Dossiers 
Ethische code

Reacties