U bent hier

Een ethische zoektocht rond koloniaal erfgoed

Een van de 139 Benin-bronzen die bij een Britse strafexpeditie (1897) zijn meegenomen uit Benin en nu in de collectie van het Rijksmuseum voor Volkenkunde Leiden. Foto: Rijksmuseum voor Volkenkunde, Leiden/CC

Aanbevelingen over teruggave van koloniaal erfgoed die aansluiten op de Ethische Code voor Musea en die bijdragen aan een stevig maatschappelijk draagvlak voor Nederlandse musea. Door Anna Postma.

Wat vindt de (inter)nationale museumsector van teruggave van koloniaal erfgoed en hoe kan de Museumvereniging – gezien de resultaten van dit onderzoek – bijdragen aan teruggave in aansluiting op de Ethische Code voor Musea? Om deze vragen te beantwoorden heeft de Museumvereniging verzocht te analyseren welke (inter)nationale ontwikkelingen er toe doen op het gebied van teruggave van koloniaal erfgoed, wat de verschillende aanpakken en oplossingen zijn welke rol de Museumvereniging hierin kan hebben.

Analyse
Uit het kwalitatieve onderzoek naar teruggave van koloniaal erfgoed is gebleken dat er momenteel geen juridisch kader, landelijke of sectorale aanpak is. Geregistreerde musea onderschrijven de Ethische Code en volgen de LAMO bij het afstoten van objecten. Dit geldt ook bij herbestemming naar het buitenland. Het belangrijkste aspect hierbij is het plaatsten van objecten op de Afstotingsdatabase. Dit heeft echter bij teruggave geen meerwaarde want er hoeft geen nieuwe (Nederlandse) eigenaar te worden gevonden. Daarnaast kan de websiteknop ‘meld mogelijk beschermwaardigheid’ dienen als instrument om teruggave te vertragen. Daarom is een nieuwe, zorgvuldige en evenwichtige procedure nodig voor teruggave van koloniaal erfgoed.

Uit het landelijk onderzoek blijkt dat musea voorkeur hebben voor een nieuw in te stellen commissie die adviseert over de afhandeling van claims. Over de invulling van de commissie en het herkomstonderzoek bij claims zijn de meningen van musea verdeeld. Het Nationaal Museum voor Wereldculturen (NMVW) wil zelf herkomstonderzoek doen terwijl het Rijksmuseum liever een samenwerking ziet tussen haar conservatoren, deskundigen uit de landen van herkomst en het nieuwe Expertisecentrum Restitutie Cultuurgoederen dat deel is van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Ook ziet het Rijksmuseum mogelijkheden voor een dialoog met een land van herkomst voordat er überhaupt een claim ligt.

Naast het creëren van een nieuwe procedure is herkomstonderzoek nodig om te inventariseren welk koloniaal erfgoed in Nederland mogelijk immoreel of onrechtmatig is verkregen. Dit maakt het voor de landen van herkomst eenvoudiger om objecten te traceren en terug te vragen. Hiervoor is echter wel financiële ondersteuning vereist want musea - groot en klein - hebben hiervoor geen mankracht of middelen. Uit het internationaal onderzoek blijkt dat Duitsland, Frankrijk en Engeland ook commissies willen als adviesorgaan voor het afhandelen van claims. Toch hebben transparantie, het aangaan van een open dialoog en mogelijke toekomstige samenwerkingen voor deze landen prioriteit. Verder is in Europa nog veel onduidelijk over richtlijnen, regels en beleid; daarom wil Frankrijk workshops organiseren en Duitsland een informatiepunt opzetten.

Aanbevelingen
De aanbevelingen voor de Museumvereniging, waarin ruim 400 Nederlandse musea samenwerken, zijn verdeeld in drie secties: sectorale aanpak, landelijk beleid en gedegen herkomstonderzoek.

Voor een sectorale aanpak draait het dan voornamelijk om eerdergenoemde Ethische Code. Zo kan de vereniging in de LAMO een uitzondering maken voor teruggave van koloniaal erfgoed en het juridisch kader van de Ethische Code (doen) aanpassen. Bovendien kan de vereniging in het kader van richtlijn 2.20 van de Ethische Code Nederlandse musea oproepen om te starten met herkomstonderzoek naar betwist koloniaal bezit. Door deze objecten vervolgens te publiceren in een database kunnen herkomstlanden de objecten eenvoudiger traceren. Ook kan de Museumvereniging op het platform voor kennis en kunde – liefst in samenwerking met NMVW - informatie, lezingen en bijeenkomsten bieden over teruggave van koloniaal erfgoed. Als intermediair tussen de museumsector en de politiek kan de vereniging lobbyen op nationaal niveau voor voldoende middelen voor herkomstonderzoek voor musea en het instellen van onafhankelijke onderzoeksteams of commissies.

De Europese museumsector is door de invloed van globalisering aan verandering onderhevig; andere werelddelen eisen hun plek in het westers narratief en dekolonisatie van musea is onvermijdelijk. Ook de vereniging moet hierop inspelen bijvoorbeeld door onderzoeken naar menselijke resten in collecties afkomstig uit voormalige koloniën en de context en perspectief van het koloniaal verleden in Europese musea.

***

Het kwalitatieve onderzoek getiteld ‘Een ethische zoektocht’ is verricht door Anna Postma als onderdeel van de master Cultural Leadership aan de Rijksuniversiteit Groningen. Om de hoofdvraag te beantwoorden heeft zij kwalitatieve diepte-interviews gehouden. Deelnemende musea in Nederland waren: Nationaal Museum van Wereldculturen (NMVW), Rijksmuseum Amsterdam, Museum Bronbeek, het Missiemuseum Steyl en één museum dat anoniem wil blijven. Buitenlandse gesprekspartners waren: Vlaams Steunpunt voor Cultureel Erfgoed (FARO), de Museums Association UK en de Deutscher Museumsbund.

Tags 
Onderzoek
Dossiers 
Koloniaal erfgoed

Reacties