U bent hier

Spraakmaker Davida de Hond pleit voor een nieuwe kijk op het benaderen van bezoekers

Davida de Hond, programmamaker bij het CODA Museum in Apeldoorn, pleit voor een nieuwe kijk op het benaderen van bezoekers. ‘Geef geen antwoorden, maar bied mensen de kans hun verhalen te delen.’

Tekst: Maartje den Breejen
Foto's: Cindy Baar

Davida de Hond is programmamaker bij het CODA Museum en ontwikkelde daar het Experiencelab, de Open Monumenten Klassendagen en het Verzetsproject. Op dit moment werkt ze aan een programma met nieuwkomers in Apeldoorn. Naast haar werk voor het museum is ze een veelgevraagd bestuurslid en nauw betrokken bij uiteenlopende culturele organisaties. Tijdens het Museumcongres won ze de Museumtalentprijs vanwege ‘haar potentie om door te groeien naar een leidinggevende positie in de museumwereld’, aldus de jury.

Herinner jij je het eerste museumbezoek dat je raakte?
‘Het Openluchtmuseum in Arnhem is een museumpark: eenmaal binnen was het alsof ik in een tijdmachine stapte. Die ervaring vond ik zo bijzonder dat ik er bleef terugkomen en later ook stage bij het team educatie  en gaan lopen.'

Heb je in je carrière nog wel eens teruggedacht aan die ervaring in het Openluchtmuseum?
‘Ja. Net als in het Openluchtmuseum probeer ik in CODA een plek te geven aan meerdere perspectieven van een verhaal. Bij CODA komen bibliotheek, museum en archief samen, waardoor vele invalshoeken mogelijk zijn. Maar daadwerkelijk meerdere stemmen laten klinken in een verhaal is niet zo eenvoudig als het lijkt. Je bent al gauw geneigd om – los van welke erfgoed- of kunstopleiding je ook hebt gedaan – zelf invulling
aan verhalen te geven vanuit je eigen achtergrond, waarden, ideeën en referentiekader. Ik leer graag  mensen kennen, ben nieuwsgierig naar hun beweegredenen en verhalen, maar als wij hier educatieve
projecten opzetten, moet ik blijven oppassen dat ik niets invul voor de doelgroepen waarmee wij samenwerken.’

Ben je wel eens tegen je eigen vooroordelen aangelopen?
‘Niet in die mate dat ik iets moest rechtzetten. Maar mijn collega’s en ik moeten wel alert blijven. Logistiek
kan voor een doelgroep uitdagend zijn. Dit merken wij bij projecten als Onvergetelijk CODA, voor mensen met dementie en hun mantelzorgers. Hetzelfde gold voor een project met nieuwkomers. Het herhaaldelijke
contact via onder andere telefoon bleek onmisbaar. Voordat het project van start ging, was het nodig daar tijd voor in te ruimen. Die ervaringen neem je dan weer mee naar het volgende project.’

Hoe maak je van een museum een plaats waar ruimte is om een verhaal vanuit meerdere perspectieven te vertellen?
‘Door het museum te benaderen als een agora, de Griekse verzamelplaats, waar recht werd gesproken, ruzies werden beslecht, waar gefilosofeerd werd, informatie werd uitgewisseld, waar je samen kon komen. Het was een plek waar je welkom was om te delen. Ieder museum is vrij om zijn eigen identiteit te hebben, maar ik vind het een interessant gegeven om het museum als platform te benaderen. Je ziet jezelf dan niet als een instituut dat de antwoorden geeft, maar als een plek waar je jouw verhaal deelt met anderen.’

Diversiteit creëren is een lang proces en geen vinkje

Maar hoe zorg je dat nieuwe cultuurgebruikers naar die markt komen? Hoe verbind je ze aan je culturele instelling? Diversiteit is het codewoord voor de museumwereld op dit moment. Kom je
dan al snel uit bij massamedia om dat te bewerkstelligen?

‘Dat denk ik juist niet. De media zijn heel geschikt om je instelling, product en werkwijze goed te delen met een grote groep mensen. Maar het persoonlijke contact om een groep rondom je instelling op te bouwen wordt, denk ik, steeds belangrijker. En je moet ook een taal opbouwen zodat mensen je herkennen, en
weten wat je doet, wie je bent en welke keuzes je maakt.
Overigens doen we nu net of diversiteit een nieuw thema is, maar thema’s zijn net als mode. Net zoals de schoenen die ik van de Spice Girls had in 1997 nu ook weer terugkomen, zo waren thema’s als sociale
cohesie en diversiteit al eerder speerpunten, waarover al veel discussies zijn gevoerd in verschillende tijden, maar ook in andere sectoren, landen en disciplines. Ik denk dat we vaker kunnen terugvallen op de
kennis die er al is, om vervolgens in samenwerkingsverband en met die frisse energie op zoek te gaan naar nieuwe oplossingen.’

Hoe bouw je een taal op?
‘Het begint bij het bewustzijn van de taal die je gebruikt om jezelf te laten zien als instelling en professional. Vervolgens moet je zorgen dat je oorspronkelijk blijft.’

En niet populair onder jongeren moet proberen te doen door ze aan te spreken met, zeg: ‘Dit is leipe shit, ouwe’?
‘Inderdaad. Dat heb ik geleerd van Robert Heslip uit Belfast, een keurige man met een tweedjasje. Hij was conservator van een muntencollectie en kreeg regelmatig groepen scholieren op bezoek. Op een gegeven moment dacht hij dat hij een beetje populair met de kids moest doen. Dat sloeg totaal niet aan, vertelde hij. Hij werd meer gewaardeerd toen hij compleet zichzelf bleef en ook wel begreep dat niet iedereen munten als belanghebbende collectie ziet. Presenteer jezelf dus authentiek.’

Hoe heb je bijvoorbeeld bij het Verzetsproject jongeren bereikt?
‘We hadden van een aantal docenten gehoord dat ze vmbo-klassen niet echt geschikt vonden voor het voeren van debatten. Dat vonden ze meer iets voor havo en vwo. Wij hebben andere ervaringen. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen hadden we gemerkt dat de vmbo-klassen die uitgenodigd waren om mee te denken over democratie, identiteit en besluitvorming uitstekend hun mening konden geven. En tijdens het project leerden ze steeds beter hun mening te formuleren en te presenteren in debatvorm.’

Jullie hebben dus nauwelijks via de sociale media de jongeren bereikt, maar zijn gewoon de klassen in gegaan. Jullie gaan naar de bezoeker toe.
‘Ja, dat is de manier om zo veel mogelijk scholieren de kans te geven om mee te denken en met ze in gesprek te gaan. Het CODA Atelier, de makersruimte in het CODA Museum, raakt steeds meer gevuld met teksten, zodat bezoekers ook kunnen reageren.’

Davida de Hond
Foto: Cindy Baar

Plannen om te innoveren worden te veel dichtgetimmerd met regels

En wat betreft het project Onvergetelijk CODA: hoe bereik je mensen met dementie?
‘Door contact te zoeken met verschillende instanties en woongroepen en daar een vertrouwensband mee op
te bouwen. En door te laten weten dat mensen met dementie welkom zijn. Er komt veel op iemand af als je een medische indicatie krijgt, ook voor mantelzorgers. Bij CODA wordt gezorgd dat ze in hun eigen tempo en in een veilige omgeving kunnen rondlopen. Op maandag, als het museum dicht is en het hier dus rustig en prikkelarm is, maken we plaats voor die groep. Op die uitgesloten. Er moet natuurlijk beleid worden geschreven op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau om te formuleren binnen welke kaders stimuleringsregelingen en subsidies worden gegeven, omdat je moet waken dat geld niet zomaar ergens
naartoe gaat. Maar je wilt ook grenzen oversteken. En ik merk dat de piketpaaltjes iets te dicht bij het geëffende pad staan.’

Op wat voor manier worden mensen uitgesloten?
‘Ik heb eens met een jonge man gesproken die heel goed op weg was met een aantal projecten binnen een bepaalde instelling, maar hij liep aan tegen de manier waarop hij subsidie moest aanvragen. Hij had nog nooit plannen geschreven of een begroting gemaakt en was niet met die taligheid bezig, maar met de uitvoering. En zijn projecten liepen daardoor spaak.  Hij was ermee geholpen geweest als hij een gesprek had gehad in plaats van een formulier in te moeten vullen. En als een gedeelte van het budget was besteed aan professionele begeleiding bij het schrijven van een projectplan. Dat zijn zaken waar nu niet genoeg in geïnvesteerd wordt.’

Vind je het museumlandschap divers genoeg?
‘Er is veel aanbod, maar we moeten uitkijken dat we niet aan tokendiversiteit gaan doen. Dus dat we zeggen:
nu hebben we dit gedaan en nu zijn we er. Ik ben bijvoorbeeld een keer uitgenodigd op een iftar, een interreligieuze maaltijd tijdens de ramadan, waarbij na zonsondergang wordt gebeden en gegeten met elkaar.
Er is een foto gemaakt, waarop je mij ziet met een politieagent in een heel divers gezelschap. Ik kan die foto nu gebruiken en zeggen dat ik met iedereen kopjes thee drink. Maar daarmee zou ik het contact en de ontmoeting misbruiken. Diversiteit creëren is een lang proces en geen vinkje.’

Wat kan de nieuwe generatie museummedewerkers en -bezoekers toevoegen aan het huidige landschap, denk je?
‘Een kritische blik. Ik denk dat de nieuwe generatie een belangrijke bijdrage kan hebben in bronnenkritiek in brede zin. We worden gebombardeerd met media, meldingen, beelden, meningen en ik denk dat de jonge generatie daar beter mee om kan gaan, omdat zij opgroeien met keuzes die je daarin moet maken. Voor hen is het een tweede natuur geworden om met informatiestromen om te gaan, maar het is tegelijk een van de grootste valkuilen van deze nieuwe generatie. Als je je niet bewust bent van de vele geluiden die je
om je heen hoort, wordt het heel moeilijk om dat wel te worden.’

Je hebt diverse nevenfuncties, word je daarvoor vaak gevraagd omdat je jong bent?
‘Als dat zo is, vind ik dat prima. Als ik mijn leeftijd kan inzetten om meerdere stemmen te laten klinken in commissies, panels en congressen en de leeftijdsvariëteit oprek, doe ik dat. Ik hoop alleen wel dat het stempel van “jong” niet meer het meest belangrijk is als ik die tafel verlaat. Overigens ben ik in bepaalde
settingen jong, in andere heel erg jong, en in weer andere alweer vrij oud of geld ik in ieder geval niet meer als aanstormend talent, dus het ligt er maar net aan, aan welke tafel je zit.’

Verder ben je een witte, bevoorrechte vrouw.
‘Er is altijd wel iets divers aan iemand. Ieder heeft zijn eigen verhaal en uitdagingen. Mijn oma woonde in een
wijk in Arnhem die steeds heftiger was geworden en waar veel mensen werden weggepest. Daar kwam ik dagelijks en ik maakte er deel van uit. Mijn beide ouders hebben een joodse achtergrond. Dat wit is dus te gemakkelijk om mij op weg te zetten.’

Ook over het begrip diversiteit bestaan vooroordelen?
‘Diversiteit vind ik een lastig begrip inderdaad. Ik ging een keer naar een concert in 013 in Tilburg, waar
bijna iedereen in het zwart met pins was gekleed. Ik droeg voor de verandering iets roze. Bij de ingang werd ik in tegenstelling tot de anderen niet gefouilleerd. Er werd me alleen wel gevraagd: Weet je wel zeker
dat je goed zit? Dat vind ik het meest vervelende wat me gevraagd kan worden: Moet je niet een deurtje verder? Bij een concert, maar ook in een museum, in een restaurant of een club. Uitsluiting zie je overal: in een theehuis, een homotent of op een uitgaansplein. En we weten wel dat dat zo is, maar dat is niet genoeg.
We moeten dat samen oppakken. In mijn persoonlijke én mijn professionele leven wil ik waken voor uitsluiting.’

/CV\
Davida de Hond
Arnhem, 1987

2016–heden
Programmamaker, CODA

2013–heden
adviseur culturele sector, ViaDaVida

2013–2015
Cultuurcoach Erfgoed, Gemeente Tiel

2011
Projectleider Reuvensdagen en archeologiecongres, Erfgoed Nederland

2009–2011
Projectleider en projectmedewerker, Erfgoed Nederland

2005–2013
Onderzoeker, gastdocentschap, onderwijsassistent, Reinwardt Academie 

Nevenactiviteiten
Lid adviescommissie en coach op het platform Jij Maakt Het Mee, Fonds voor Cultuurparticipatie;
Commissielid Cultuurplan; 
Lid Adviescommissie Collectie Rotterdam;
Lid Adviescommissie renovatie Museum Boijmans van Beuningen;
Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur;
Bestuurslid Vereniging Vrienden van het Nederlands Openluchtmuseum

Opleiding
2009–2011
Master Museology, AHK

2005–2009
Bachelor Cultureel Erfgoed, AHK

Tags 
Dossier
Dossiers 
Museumvisie

Reacties