U bent hier

Spraakmaker Nynke Feenstra: ‘Er zit iets autoritairs in de discussie over inclusiviteit’

Spraakmaker is een rubriek in het vakblad Museumvisie. Meer weten? Klik hier

Promovendus Nynke Feenstra vindt dat inclusiviteit ook betekent dat je moet accepteren dat niet iedereen zin heeft in museumbezoek. ‘Het is aanmatigend om te denken dat iedereen maar bij jou naar binnen moet komen.’


Tekst: Femke de Wild
Foto’s: Cindy Baar

Nynke Feenstra, promovendus aan de Universiteit Leiden, doet onderzoek naar toegankelijkheid en diversiteit in musea. Na haar masterscriptie, waarin ze de drempels die doven in musea ervaren in kaart bracht, organiseerde ze voor onder andere het Van Gogh Museum workshops over dit onderwerp. Nu onderzoekt ze inclusiviteit in brede zin. ‘Als je multisensoriale middelen, zoals geur, klank en tast, in tentoonstellingen toepast, heb je geen speciaal programma meer nodig.’

Je adviseert musea en andere organisaties op het gebied van toegankelijkheid en diversiteit. Waar gaat het vaak mis?

‘Iedereen verzandt in de complexiteit van het debat over inclusiviteit, diversiteit en toegankelijkheid. Mensen zien door de bomen het bos niet meer. De termen worden door elkaar gebruikt, waardoor discussies vaak mislopen. Als jij iets anders onder inclusiviteit verstaat dan ik, is de kans groot dat we langs elkaar heen praten. Daarnaast zien mensen het als een einddoel, maar dat is het niet. De maatschappij is altijd in beweging, dus inclusiviteit ook. Ik probeer met mijn werk handvatten te ontwikkelen, waarmee je kunt onderzoeken wat het begrip voor jouw museum precies betekent. Welke keuzes wil je maken en welke stappen kun je vervolgens zetten? Ik zie het als een soort raamwerk, waarbinnen je als organisatie je eigen pad kunt vormgeven.’

Hoe ben je geïnteresseerd geraakt in het onderwerp toegankelijkheid?

‘In 2013 liep ik stage bij Museumnacht Amsterdam. Ze hadden een diversiteitsbeleid, maar deden niets voor mensen met een beperking. Dat vond ik vreemd, dus ben ik rondleidingen in gebarentaal voor doven gaan organiseren. Vervolgens besloot ik me voor mijn master Kunstgeschiedenis te oriënteren op wat Nederlandse musea op het gebied van toegankelijkheid deden. Ik schaamde me diep. Wat ik zag, was waardeloos. Er was nog heel weinig bewustzijn op dit vlak. Hier en daar was er wat aandacht voor rolstoeltoegankelijkheid, maar er gebeurde nauwelijks meer dan dat. Na het schrijven van mijn scriptie Hear the deaf werd ik regelmatig gevraagd om lezingen of advies over het onderwerp te geven.’

Waar ging Hear the deaf over?

‘Voor mijn scriptie heb ik de drempels die doven in musea ervaren in kaart gebracht. Vervolgens ben ik gaan onderzoeken of je deze drempels kunt verlagen door multisensoriale middelen, zoals geur, klank en tast, in tentoonstellingen toe te passen. Wanneer een tentoonstelling op die manier is vormgegeven, is een speciaal programma niet meer nodig. Het jaar voor mijn afstuderen deed ik een project voor het Van Gogh Museum, waar ik in contact kwam met Roos Wattel. Zij is zelf ook doof. We zijn samen workshops gaan organiseren. Die samenwerking is voor mij essentieel geweest. Ik leerde veel over de dovencultuur en moest een omslag maken in mijn benadering van dove mensen. Omgekeerd leerde Roos over hoe horenden naar doven kijken. Daardoor weet ik nu heel goed wat er nodig is om mensen die niet doof zijn, te laten inzien wat de werkelijke drempels zijn.’

Nynke Feenstra
Foto: Cindy Baar 

Wat zijn deze drempels?

‘Dat bleek meer te behelzen dan alleen “ik kan geen audiotour doen”. Het lezen van museumbordjes is voor veel dove mensen lastig. Nederlands is hun tweede taal. Er zijn dove mensen die deze taal goed begrijpen, maar er zijn er ook die hem minder goed beheersen. De teksten veronderstellen veel voorkennis die niet alle dove mensen hebben. In het dovenonderwijs ligt de nadruk op Nederlands en goed leren praten. Daardoor is er veel minder aandacht voor bijvoorbeeld kunstgeschiedenis en maatschappijleer. Daarnaast vangen horende mensen continu gesprekken op, waarvan ze onbewust iets leren. Als dove mis je veel informatie. Doven hebben echt een ander perspectief. De barrière in musea zit hem niet in het gegeven dat iemand niet kan horen, maar in dat andere perspectief.’

Hoe kan een museum met dit perspectief omgaan?

‘Het project Musea in Gebaren – een initiatief van Foam en Wat Telt!, waarbij ik ook betrokken ben – is een sterk voorbeeld, omdat we met dat project dove jongeren opleiden tot museumdocent. Een doof persoon krijgt de kans met de content van het museum aan de slag te gaan. De stof wordt hierdoor vanuit een dovenperspectief overgebracht op de dovengemeenschap. Daarnaast is de museumdocent een rolmodel voor deze gemeenschap. Zo verwelkom je werkelijk een ander perspectief in het museum en bouw je een brug die leidt tot toegankelijkheid. Als je toegankelijkheid op deze manier bekijkt, gaat het veel meer over inclusiviteit.’

Wat is het verschil tussen toegankelijkheid en inclusiviteit?

‘Toegankelijkheid is eenzijdiger en meer faciliterend. In inclusiviteit zit ook een weerklank, een responsiviteit. Er wordt iets teruggegeven. Deze benadering kun je niet alleen toepassen op mensen met een fysieke beperking, maar ook op mensen van culturele minderheden. Inclusiviteit betekent overigens ook luisteren. Als iemand zegt dat hij ergens geen zin in heeft, moet je dat ook respecteren. Ik hoef ook niet bij een voetbalwedstrijd naar binnen gesleept te worden. Niet iedereen heeft dezelfde interesses. Er zit iets autoritairs in de discussie. Het is aanmatigend om te denken dat iedereen maar bij jou naar binnen moet komen.’

Hoe ben je tot jouw visie op toegankelijkheid gekomen?

‘Tijdens een congres in de Verenigde Staten kwam ik tot het inzicht dat de debatten over diversiteit en toegankelijkheid altijd geheel los van elkaar gevoerd worden. Daarnaast merkte ik op dat toegankelijkheid in het debat vaak wordt gereduceerd tot iets puur fysieks. Toegankelijkheid is niet alleen fysiek, maar ook inhoudelijk, cultureel en sociaal. Dove mensen vallen buiten beide debatten. Juist door me op die groep te richten, zag ik de parallellen tussen diversiteit en toegankelijkheid en ontwikkelde ik mijn visie op inclusiviteit.’

Je bent nu bezig met een promotieonderzoek over het onderwerp. Waarom wilde je promoveren en niet bij een museum aan de slag?

‘Mijn interesse voor het onderwerp begon in de museale praktijk. Daar ontdekte ik al snel dat wat ik doe, paradoxaal is. Ik wil dat musea toegankelijk worden en dat mensen niet in hokjes worden geplaatst. Maar om daaraan werkelijk iets te kunnen bijdragen, moet ik diezelfde mensen juist wel in hokjes plaatsen om te leren over hun specifieke behoeften. Daarnaast kwam ik erachter dat er nauwelijks theoretische fundering was voor wat ik wilde doen. Het theoretische debat ging over blinden en niet over doven. Zeker niet in musea. Doven kunnen zien, dus wat is het probleem? Als buitenpromovendus kan ik dat ontbrekende theoretische kader zelf ontwikkelen. Bovendien werk ik naast mijn onderzoek samen met veel verschillende musea en organisaties.’

‘Toen ik zag wat musea op het gebied van toegankelijkheid deden, schaamde ik me diep’

Wat is je relatie met Studio i, het platform voor een inclusieve cultuur van het Van Abbemuseum en het Stedelijk Museum Amsterdam?

‘Marleen Hartjes, nu projectleider bij Studio i, startte bij het Van Abbemuseum met het programma Special Guests in de tijd dat ik voor Museumnacht projecten over toegankelijkheid ging organiseren. Op verschillende plekken begonnen mensen onafhankelijk van elkaar, maar tegelijkertijd over dit soort onderwerpen na te denken. Er broeide iets en er ontstond een netwerk van mensen die hiermee bezig waren. Lisa Kleeven, Anouk Heesbeen en Stefanie Metsemakers behoorden ook tot die groep. Voor Studio i schrijf ik nu wetenschappelijke artikelen en geef ik bijvoorbeeld lezingen. Dat doe ik naast het onderzoek voor mijn proefschrift. Promoveren vind ik leuk, lesgeven vind ik leuk, maar ik wil vooral onderzoek doen dat relevant is voor de museale praktijk. De artikelen die ik voor Studio i schrijf, komen rechtstreeks in het veld terecht, waardoor ik snel feedback krijg die ik weer kan verwerken in mijn proefschrift. Zo blijft mijn proefschrift dicht bij de praktijk. Mijn meest recente artikel gaat over het begrip community. Community is het sleutelbegrip van waaruit ik kijk naar de verschillende onderwerpen die voor musea relevant zijn. Een groep mensen wordt vaak afgevlakt tot een dominante identiteit, maar mensen blijven ook individuen. Die spanning tussen gemeenschap en individu is heel interessant. Het is lastig voor musea om aan de diversiteit binnen groepen recht te doen. Daar ligt een mooie uitdaging.’

Hoe kunnen musea beleid ontwikkelen dat rechtdoet aan iedereen?

‘Beleid moet je samen met de verschillende doelgroepen ontwikkelen. Dit bewustzijn is de laatste jaren al sterk toegenomen, doordat musea meer zijn gaan samenwerken met belangenorganisaties. Het Van Gogh Museum heeft projecten georganiseerd met de Zonnebloem. Veel musea werken met Dedicon, een bedrijf dat onder andere voelreplica’s maakt voor blinden en slechtzienden. Samenwerking vergroot de kennis binnen organisaties enorm en dat leidt tot beter beleid.’

Werk je als adviseur ook voor andere organisaties dan musea?

‘Ik zet de kennis die ik heb opgedaan bij musea heel graag in op andere terreinen. Een museum is een instituut dat representeert. De kwestie rondom inclusiviteit ligt bij musea zo gecompliceerd, dat ik veel inzicht en zeer specialistische kennis heb ontwikkeld. Vorig jaar heb ik een lezing gegeven op het LPB-congres voor gemeentes. Hoe kun je in de wijk meer bereiken op het gebied van inclusiviteit? Een museum is in feite deels “exclusief”. Daar spelen totaal andere zaken dan in een winkel die voor iedereen interessant wil zijn, of een gemeentelijke instelling die voor iedereen toegankelijk moet zijn. Hoe kan ik mijn specialistische kennis inzetten om bedrijven en organisaties beleid te laten ontwikkelen dat effectief is? De noodzaak van inclusivieit is wel bekend, maar ik ben bang dat er straks toch op veel plekken beleid wordt gemaakt dat alleen over fysieke toegankelijk gaat en dat de plank weer finaal wordt misgeslagen.

‘Ik ben moeder Theresa niet, maar iets meer begrip krijgen voor de ander is wel heel belangrijk’

Heb jij zelf wel eens het gevoel gehad dat een locatie niet toegankelijk voor jou was?

‘Enige tijd geleden ging ik naar Tivoli in Utrecht voor de boekpresentatie van Zwart, een bundel verhalen van alleen zwarte schrijvers. Een werknemer van Tivoli sprak me aan omdat hij dacht dat ik de verkeerde kant op liep. Ik kwam vast niet voor Zwart. Zoiets maak ik zelden mee, maar ik kon me ineens beter voorstellen wat het betekent als dergelijke dingen je vaak overkomen.’

Wat wil je uiteindelijk bereiken?

‘Mijn droom is dat ik over tien jaar werkeloos ben. Dat het werk dat ik doe, niet meer nodig is, of dat mijn specialisme in ieder geval geen specialisme meer is. Ik ben moeder Theresa niet, maar iets meer begrip krijgen voor de ander is wel heel belangrijk. Mensen met een beperking staan vaak nog los van de maatschappij. Bij de NS moet je van tevoren bellen of je mee mag als je in een rolstoel zit. Dat gaat in Groot-Brittannië heel anders. Daar kan iedereen elke trein gewoon zelfstandig in.’

nynkefeenstra.com

CV

Nynke Feenstra

Olst, 1990

2017 – heden
wetenschappelijk docent, Leiden University Centre for Arts in Society (LUCAS)

2016 – heden
buitenpromovendus, LUCAS

2014 – heden
eigenaar Nynke Hieke Feenstra, toegankelijkheidsconsulent en projectmanager, samenwerking met o.a. Studio i, WatTelt!, Van Gogh Museum

2016 – 2018
hoofdredacteur JLGC (graduate journal)

2016 – 2017
communicatiemedewerker FSSC, Universiteit Leiden

2012 – 2015
research master Arts & Culture, Universteit Leiden,

2015
nominatie ICOM-scriptieprijs voor Hear the deaf

2013 – 2014
s
tagiair en projectmedewerker, Museumnacht Amsterdam

2009 – 2011
functionaris educatie, dagelijks bestuur stichting Clear

2008 – 2012
bachelor Kunsten, Cultuur en Media, Rijksuniversiteit Groningen

Nevenactiviteit
l
id promovendiraad LUCAS

Beheerst
Nederlandse gebarentaal

Museumcongres 2018

Nynke Feenstra is een van de keynote sprekers van het Museumcongres 2018 dat op donderdag 4 oktober plaatsvindt in het Louwman Museum in Den Haag. Het onderwerp is de vraag hoe de museumsector van belang, aansprekend en relevant kan zijn voor de hele samenleving, ook op de lange termijn. Dagvoorzitter Jort Kelder ontvangt onder anderen Elonka Soros (journalist en programmamaker), Nicole Ivy (directeur inclusiviteit van de American Alliance of Museums) en Rosie Stanbury (hoofd publieksprogramma’s van het Wellcome Museum). Doel van het congres is het sluiten van het Museumakkoord van Den Haag: een akkoord waarin een aantal heldere afspraken staan voor meer diversiteit in musea in 2019 en de jaren daarna.

museumcongres.nl

> Meer weten over Museumvisie? Klik hier

Tags 
Diversiteit

Reacties