U bent hier

Vakkrachten

Inclusiviteit stimuleren, welzijn verbeteren en individualiteit ontwikkelen: welk doel heeft educatie en hoe wordt dat bereikt?
Drie experts delen hun visie.
 

Tekst Edo Dijksterhuis


 

‘Wij geloven in een
holistische aanpak’

 






 

Musée des Beaux Arts, Montreal
Kunst maakt het leven beter en je wordt er een beter mens van. Het wordt vaak gezegd maar slechts weinig instituten nemen het zo ter harte als het Musée des Beaux Arts in het Canadese Montreal. ‘Via kunst kunnen we leren omgaan met ziekte, maar ook met sociale problemen als tienerzwangerschappen,’ stelt Thomas Bastien, hoofd Educatie. ‘Wij geloven in een holistische aanpak, waarbij we verschillende disciplines en partijen bij elkaar zetten, met als uiteindelijk doel het welzijn van onze bezoekers te verbeteren.’

Thomas Bastien,
Musée des Beaux Arts, Montréal

Het museum heeft maar liefst 3500 vierkante meter beschikbaar voor educatieve doeleinden. Een spil daarbinnen is de Art Hive, een ruimte waar bezoekers groepsgewijs of individueel kunnen binnenlopen om te discussiëren of iets creatiefs te doen. Ze kunnen daarbij terugvallen op de diensten van een creatief therapeut die fulltime in dienst is. Ook zijn er dokters en verpleegkundigen aanwezig, die onder andere worden ingezet bij programma’s met speciale doelgroepen. ‘We werken samen met zo’n vierhonderd maatschappelijke organisaties,’ vertelt Bastien. ‘Die houden zich bezig met uiteenlopende groepen die doorgaans niet snel in het museum komen: immigranten, voormalige gevangenen, daklozen. Die krijgen allemaal aanbod op maat, gericht op het verbeteren van hun welzijn.’

Het educatieve programma van het museum is voortdurend in ontwikkeling. ‘Vijftien onderzoekers werken momenteel aan acht onderzoeksprogramma’s rondom thema’s als autisme en eetstoornissen. Daarbij wordt gebruikgemaakt van technieken als eye tracking en biosensoren. Met zeventien middelbare scholen hebben we net een pilot afgerond over het gebruik van kunst op school. Bijvoorbeeld: hoe kun je kunstvoorwerpen gebruiken in een wiskunde- of biologieles.’

Het museum heeft educatie gedurende zijn 157-jarige bestaan altijd al hoog in het vaandel gehad, maar sinds 2012 is alles in een stroomversnelling gekomen. In dat jaar ontving het instituut een grote donatie van Michal en Renata Hornstein, die ook nog 75 Oude Meesters schonken. ‘Met dat geld hebben we een extra vleugel kunnen bouwen. Het doel om jaarlijks 200.000 mensen met ons educatieprogramma te bereiken werd al binnen anderhalf jaar gehaald. En we blijven groeien. In 2012 trokken we zevenduizend families, vorig jaar waren dat er al ruim tien keer zoveel.’

Het team dat programma’s bedenkt, ontwikkelt en begeleidt, is dan ook groot: zeventien programmamakers, dertig educatiespecialisten en meer dan 150 docenten. ‘Het is een bewuste investering,’ zegt Bastien. Maar die betaalt zichzelf grotendeels terug. Van de 2,5 miljoen Canadese dollar (1,7 miljoen euro) die het programma jaarlijks kost, wordt tachtig procent gedekt door inkomsten van betaalde cursussen en donaties. ‘De kosten stijgen wel, want we blijven uitbreiden. Onze ruimtes worden maximaal gebruikt; volgend jaar bouwen een nieuwe vleugel.’

Website: Musée des Beaux Arts, Montreal


                                                                                                                                           


 

‘Inclusiviteit is
een kernbegrip
bij ons’





 

Stedelijk Museum Amsterdam
Margriet Schavemaker staat in een lange traditie. ‘Het museum was al vanaf het midden van de 20ste eeuw bezig met educatie,’ memoreert de manager Educatie, Interpretatie & Publicaties van het Stedelijk Museum Amsterdam. ‘Willem Sandberg opende in de jaren vijftig de bibliotheek en zette een zogenoemde propaganda-afdeling op. Grote stappen werden pas gemaakt eind jaren negentig. Eerst in de vorm van kunstenaarsworkshops op zondagmiddag, die drempelverlagend werkten. Later breidde het aanbod zich verder uit.’

Margriet Schavemaker,
Stedelijk Museum, Amsterdam

Wie nu de museumwebsite bekijkt, stuit op een veelheid aan programma’s voor allerlei doelgroepen. Misschien zelfs een beetje te veel, erkent Schavemaker. ‘In 2016 schreef Paul Collard een kritisch rapport over het overaanbod van educatieve programma’s bij Amsterdamse culturele instellingen. Aanbod dat niet altijd aansluit bij de behoeften. Het heeft de gemeente ertoe gebracht strenge regels op te stellen en instellingen te visiteren. Aan de hand van de criteria die werden opgesteld, hebben wij scherp gekeken naar de effectiviteit van ons eigen programma. Vooral op het gebied van formeel leren viel wat te verbeteren.’

Alles op maat aanbieden, zoals het Stedelijk voorheen deed, bleek niet voor alle doelgroepen gewenst. ‘Het primair onderwijs wil het liefst een kennismaking met het Stedelijk Museum waarbij de doelstelling het stimuleren van visuele geletterdheid is. Middelbare scholen hebben liever vraaggestuurde programma’s en zijn ook geïnteresseerd in onze speciale eindexamenrondleidingen, die direct aansluiten op de verplichte examenstof. Erg succesvol zijn onze programma’s voor docenten, met expert meetings en kennisoverdrachtmiddagen.’

Het Stedelijk-team heeft zich niet bekend tot een specifieke educatiefilosofie. Het populaire Visual Thinking Strategies, gericht op leren kijken, is onderdeel van een bredere waaier aan methodieken. ‘Sinds Duchamp geldt dat niet alle kunst visueel is,’ zegt Schavemaker ter onderbouwing. ‘En wij vinden kritisch burgerschap, creativiteit, onderzoek en in dialoog gaan ook heel belangrijk. Inclusiviteit is een kernbegrip bij ons. Dat betekent ook dat we het met de Museumpleinbus mogelijk maken voor scholen in een straal van zestig kilometer om naar het museum te komen.’

Het Stedelijk Museum deed als een van de eerste musea ervaring op met jonge peer educators (de 15- tot 19-jarige Blikopeners) en het Alzheimerprogramma, samen met het Van Abbemuseum. ‘Wij moeten een voortrekkersrol nemen,’ vindt Schavemaker. ‘Wij verzamelen en bundelen kennis, en geven die door aan andere musea. Ook hier gaat het om inclusiviteit.’

Op dit moment is Schavemaker bezig met het ontwikkelen van een programma voor het hoger onderwijs. Try Out @ Stedelijk wordt een talentontwikkelingsprogramma in de vorm van begeleiding voor excellente afgestudeerden van diverse interdisciplinaire kunstopleidingen die samen nieuwe producties mogen maken voor de Stedelijk Friday Night. ‘Dit soort innovatieve projecten komt boven op de basis die gewoon op orde moet zijn. We zijn nog op zoek naar extra financiering om dit programma mogelijk te maken.’

Website: Stedelijk Museum Amsterdam

                                                                                                                                           




‘Kunsteducatie draait om persoonsvorming’







 

Hanzehogeschool Groningen en Erasmus Universiteit Rotterdam
Idioculturaliteit. Dat begrip staat centraal in het denken van Evert Bisschop Boele, lector Kunsteducatie aan de Hanzehogeschool Groningen en bijzonder hoogleraar Cultuurparticipatie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. ‘Ieder mens is een cultuur op zich, die afhankelijk is van biografie en context,’ definieert hij. Het mag geen verrassing heten dat hij weinig op heeft met canons en curricula. ‘Die zijn te generiek, ook in hun doelen. Binnen onze onderzoeksgroep in Groningen pleiten we voor een radicaal aansluiten bij het individuele kind. Dus ook niet aanhaken bij de zogenaamde jongerencultuur – niet ieder kind is immers bezig met hiphoppen en vloggen – maar de leefwereld van afzonderlijke kinderen als uitgangspunt nemen.’

Evert Bisschop Boele,
Hanzehogeschool Groningen
Erasmus Universiteit Rotterdam

Dat vereist veel tijd en aandacht, geeft Bisschop Boele toe. Maar er zijn voorbeelden voorhanden, onder andere uit het techniekonderwijs. ‘In Groningen heb je het programma TalentenKracht. In plaats van werken met boekjes over zwaartekracht wordt gekeken naar de momenten waarop kinderen echt enthousiast worden en wordt daarop voortgeborduurd. Het is een didactische strategie die steunt op drie pijlers: structuur, openheid en ondersteuning. Leerkrachten zijn er op te trainen en ervaren het als een inspirerende methode van kennisoverdracht. Wij zijn nu aan het kijken hoe we deze aanpak kunnen vertalen naar kunsteducatie.’

De eerste resultaten van onderzoek door een promovendus en postdoc zijn er pas over een paar jaar, maar Bisschop Boele durft al wel de contouren van op individuele maat gesneden kunsteducatie te schetsen. ‘Het is open en uitnodigend, met ruimte voor een eigen bijdrage, maar blijft niet hangen in de leefwereld van het kind. Het moet er iets aan toevoegen. Alleen dan leren kinderen ook de visies van anderen te accepteren als betekenisvol. Het gaat om het aanleren van een basishouding van respect en nieuwsgierigheid.’

Dat sluit aan bij de in onderwijskringen vaak genoemde 21st century skills. En ook weer niet, vindt Bisschop Boele. ‘Dat zijn betrekkelijk abstracte vaardigheden: samenwerken, mediawijsheid, communiceren. Maar kunsteducatie moet ook gaan over de inhoud, over de omgang met beeldende kunst en erfgoed. Kunst is daarbij geen middel tot iets anders, maar heeft een intrinsieke waarde.’ Hij refereert in dit verband aan de drie hoofdtaken van onderwijs zoals beschreven door filosoof en pedagoog Gert Biesta. Nadruk leggen op de canon past bij socialisatie, de inwijding in de samenleving. Wie het aanleren van creatieve vaardigheden centraal stelt, komt in de hoek van de kwalificatie. Bisschop Boele zet liever in op subjectivering. ‘Kunsteducatie draait om persoonsvorming. Welke culturele persoon wil of kan een kind worden? En dat gaat verder dan burgerschap of het aanleren van praktische vaardigheden.’

Dossiers 
Educatie Museumvisie

Reacties