U bent hier

Afstoting van museale objecten in tijden van nood

23
mei
maandag 23 mei 2022 - 14:00 tot 16:00 | Online
Toevoegen aan persoonlijke kalender

De Ethische Codecommissie voor Musea organiseert in samenwerking met het Nationaal Museum van Wereldculturen een online seminar over het afstoten van objecten voor museummedewerkers en geïnteresseerden. De coronapandemie heeft nieuw licht geworpen op de discussie rond de afstoting van museale objecten. Nu de pandemie op zijn einde lijkt te lopen, is het tijd om praktische en ethische afwegingen rondom afstoting in tijden van nood opnieuw tegen het licht te houden.

Programma

14:00-14:15

Opening door Rob Polak, voorzitter Ethische Codecommissie voor Musea Uiteenzetting van de huidige richtlijnen en het ECM-advies uit 2020

14:15-14:30

Ervaringen uit de praktijk: museummedewerkers delen hun ideeën en standpunten over dit vraagstuk gebaseerd op hun eigen ervaringen

14:30-14:45

Reflectie op ethische en rechtsfilosofische aspecten die meespelen door Wouter Veraart, hoogleraar rechtsfilosofie VU

14:45-15:00

Pauze

15:00-15:45

Discussie met deelnemers, gelegenheid voor vragen, debat o.l.v. Wouter Veraart

15:45

Afronding door Rob Polak

Aanmelding

Het gratis seminar vindt online plaats via Zoom. Om deel te nemen dient u zich vooraf aan te melden via deze link. Na registratie ontvangt u een bevestigingsmail met daarin de link voor de webinar.

Inhoud

In artikel 2.16 van de Ethische Code voor Musea staat: “Geld of vergoeding, ontvangen vanwege de afstoting van objecten uit een museale collectie wordt alleen gebruikt ten gunste van die collectie, in beginsel voor het verwerven van nieuwe objecten.”

Deze ethische richtlijnen zijn bedoeld te voorkomen dat musea collectie afstoten om exploitatietekorten te dekken. De pandemie heeft echter laten zien dat soms het voortbestaan van een collectie in het geding kan zijn. In 2020 heeft de Ethische Codecommissie voor Musea een advies gegeven waarin ruimte werd gecreëerd om collectie af te stoten als de continuïteit van het museum in gevaar was. Was dit een juist advies? Is er reden om de ethische afwegingen rond artikel 2.16, die immers het overleven van musea kunnen raken, opnieuw te overdenken, niet alleen in het licht van de huidige bijzondere omstandigheden maar ook structureel?

Wat betekent precies “ten gunste van de collectie”? Hoe vinden we dat we moeten omgaan met een richtlijn als “in beginsel voor het verwerven van nieuwe objecten”, rekening houdend met de verantwoordelijkheid van een museum maar ook geconfronteerd met de realiteit van het beheer van -soms al te grote- collecties?

Na een uiteenzetting over de kaders en richtlijnen zoals die er nu liggen, zullen we met elkaar in discussie gaan over de vragen en afwegingen die meespelen. Het gaat daarbij zowel om praktische aspecten (waar loopt een museum tegen aan? wat heeft het nodig? wat zouden praktische oplossingen kunnen zijn? met welke consequenties moeten we rekening houden?) als om ethische overwegingen (wat vinden we belangrijk? waar staan we voor? wat is onze taak als museum? hoe geven we invulling aan onze maatschappelijke verantwoordelijkheid?). Er is alle ruimte om ideeën en meningen in te brengen.

Reacties