U bent hier

Digitaliseren, kun je het leren?

maandag 8 november 2021 - 16:31

Of het nu gaat om digitalisering van de collectie, een groter publiek aantrekken of communiceren met je collega’s. In een veranderende samenleving ontkom je niet aan digitalisering. In het achtste en voorlopig laatste webinar van de reeks georganiseerd door de Museumvereniging zijn we dieper ingegaan op de verschillende online mogelijkheden en waar je rekening mee moet houden.

De eerste gasten die aan tafel schoven, waren Shannon van Muijden, Datamanager collectie Zuiderzeemuseum en Annemarie Beunen, Senior Auteursrechtjurist bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Het Zuiderzeemmuseum is een van de initiatiefnemers van het netwerk De Zuiderzeecollectie, een samenwerkingsverband van 24 erfgoedinstellingen rond het IJsselmeer. Vooraf hebben de initiatiefnemers een haalbaarheidsonderzoek gedaan. Van Muijden: “Alle informatie van de verschillende musea moest aan elkaar gekoppeld worden. Op een gegeven moment zijn we gewoon begonnen.” Ze geeft aan dat als je een gezamenlijke website wilt maken je duidelijk een doel voor ogen moet houden. “Wij hebben gezocht naar een universele computertaal om objecten met elkaar te kunnen verbinden. Het is een thematisch portaal met als thema Zuiderzee geworden.” Deze zogenaamde Linked Data is data die verbonden is op een computer leesbare manier. “Je geeft de gegevens in je collectiebeheersysteem telkens in groepjes van drie eenheden een code. Op die manier kunnen computers verbinding met elkaar leggen. Doordat je de data computer leesbaar maakt, wordt het duurzaam en internationaal bruikbaar.”

Auteursrechten

Musea moeten rekening houden met auteursrechten als zij hun collecties online zichtbaar en bruikbaar willen maken. Beunen: “Je hebt met de auteurswet te maken als er nog rechten rusten op objecten in je collectie. Dit kan om van alles gaan, zolang het door mensen is gemaakt en een bepaalde mate aan originaliteit heeft.” Beunen verduidelijkt dat er een misverstand bestaat tussen fysiek eigendom en intellectueel eigendom. “Het intellectuele eigendom, ook wel auteursrecht genoemd, blijft bij degene die het gemaakt heeft.” Ze benadrukt dat het belangrijk is om te beseffen dat je iets in je collectie kunt hebben, maar er niet alles over te zeggen hebt. Sinds 7 juni van dit jaar is er daarnaast nieuwe wetgeving van kracht. “Deze maakt het iets makkelijker om werken op een niet-commerciële website te plaatsen, omdat er een regeling in staat voor werken die niet meer in de handel verkrijgbaar zijn. Hiervoor moet je, als er representatieve collectieve beheersorganisatie (CBO) is, een contract afsluiten. Is die er niet, dan moet je zes maanden voor plaatsing het object laten registreren in een Europees register. Om erfgoedinstellingen te helpen is er een tool ontwikkeld: regeljerechten.nl. Dit instrument kun je gebruiken om te checken of er ergens nog auteursrecht op rust.”

Museumeducatie

Het tweede deel stond in het teken van museumeducatie, want musea kunnen in deze tijd van smartboarden op scholen, online lespakketten en in een periode van thuisonderwijs de gedigitaliseerde collecties des te meer inzetten voor educatiedoeleinden met een verdiepend verhaal. Imre Besanger, educator van het Zaans Museum: “Ik probeer de contrasten van ons museum te laten schuren in de programma’s voor educatie.” Als voorbeeld noemt hij het onderwerp chocolade. “Dat is leuk, maar er is ook een slavernijverleden. Dat ga ik niet wegvegen.” Verdere digitalisering is bij het Zaans Museum geactiveerd door de coronacrisis. “Opeens hadden we een thuismuseum, dat ons meer bekendheid heeft gegeven.” Hij geeft aan dat ze zijn gaan improviseren, alleen nog niets voor scholen deden. “Ik wilde iets gaan doen met een livestream. Dat wordt alleen al snel traditioneel zenden. Wij hadden het geluk dat het Kickstart Cultuurfonds ons wilde helpen met subsidie om een dynamische museumles te maken.” Hij vertelt dat het fijn is als je materiaal kunt gebruiken dat je normaal niet in het museum gebruikt. “Probeer niet dezelfde verhalen en objecten in je onlineprogramma te douwen. Niets is leuker dan om via een scherm kinderen uit te dagen om naar buiten te gaan.”

Digitale technologie wordt steeds meer gebruikt

Het mediaportal Beeld en Geluid Op School is vrij toegankelijk voor alle onderwijsinstellingen in Nederland. Van het primair onderwijs tot de universiteit. Marieke Hermans, productmanager onderwijs online bij Beeld & Geluid: “Door de digitale transformatie die er plaatsvindt, wordt er in het onderwijs steeds meer gebruik gemaakt van digitale technologie.” De toegevoegde waarde van Beeld en Geluid Op School is dat je er een historische collectie tot de actualiteit van gister vindt. “Als docent kun je historie daarmee koppelen aan de actualiteit. Zo kun je een audio- of videofragment zoeken bij een boek. Door vraag gestuurd te ontwikkelen, helpen wij docenten. Er ligt 800.000 uur aan materiaal en er komt elke dag meer bij.” Om docenten, die weinig tijd hebben, te helpen staat vermeld voor welke les het betreffende materiaal geschikt is.

Toegankelijkheid van je museum vergroten

Het derde deel van het webinar stond in het teken van het publiek. Hoe hebben musea digitale media ingezet om hun publiek te bereiken? Het Phillips Museum heeft bijvoorbeeld een virtuele rondleiding ontwikkeld. Olga Coolen, directeur van het Philips Museum: “Het idee van een 3D-rondleiding hebben we vooraf getoetst en omdat iedereen enthousiast was, zijn we het gaan maken. Het succes ervan ligt er deels in dat het live is en dat je ergens bij bent.” Coolen vertelt dat je met een virtuele rondleiding of online museum de toegankelijkheid van je museum kan vergroten. “Mensen kunnen vanuit hun luie stoel overal ter wereld musea bezoeken. Ook kun je meer verdieping aanbrengen of exposities laten zien die er fysiek niet meer zijn.”

Blijven vernieuwen online

Het Universiteitsmuseum Utrecht tot slot heeft een onlinemuseum gelanceerd aan het begin van de coronacrisis. Lore Smit, online marketeer Universiteitsmuseum Utrecht: “Kinderen en hun ouders konden proefjes en quizjes doen en video’s over de collecties bekijken. Zo kun je samen op onderzoek uit.” Smit vertelt dat ze twee weken nadat ze bij het museum begonnen was thuis kwam te zitten. “Ik was totaal niet voorbereid. We zijn gaan kijken wat we op de plank hebben liggen en hoe kunnen we dit vertalen naar online? Zo zijn we direct projecten gaan opstarten om te blijven vernieuwen online.” Smit geeft aan dat museum.nl hierbij belangrijk was. “Onze online speurtocht is door dit platform heel groot geworden.” Hoewel volgens haar het fysieke museum de basis blijft, kan online - naast dat het een kanaal is om mensen naar het museum te krijgen - wel heel veel verrijking geven en verbinding na het bezoek. Het vernieuwde Universiteitsmuseum Utrecht gaat eind 2022 weer fysiek open, na een periode van verbouwen en online de binding met het publiek voorzetten.

Aan de vooravond van veranderingen

Jan van Kooten, a.i. directeur Museumvereniging sloot het voorlopig laatste Schouder aan Schouder-webinar af. Hij gaf aan dat het met de Museumkaart naar omstandigheden goed gaat. Tijdens de coronaperiode zijn de Museumkaarthouders trouw gebleven aan de musea. Ook vertelt hij dat we met museum.nl aan de vooravond van een verandering staan; het moet het platform worden voor iedereen die naar een museum gaat. Met of zonder Museumkaart. Hij roept aangesloten musea op om hun activiteiten goed te vermelden, omdat het bijdraagt aan je naamsbekendheid. Hij laat tenslotte weten dat er ook hard gewerkt wordt aan een app voor de Museumkaart en dat er een cadeaukaart van de Museumkaart wordt geïntroduceerd. Niet alleen de musea, maar ook de Museumvereniging zelf werkt hard aan verdere digitalisering. Op alle mogelijke denkbare vlakken.

Meer publicaties rondom digitalisatie vind je hier.

Reacties