U bent hier

In hoeverre profiteren Europese musea van Europese geldstromen?

maandag 4 november 2019 - 15:04

NEMO, het Europese netwerk van musea, heeft onlangs het rapport EU-financiering voor musea, galerieën & archieven in Europa gepubliceerd waarin antwoord wordt gegeven op de vraag: hoe kunnen musea geholpen worden om betere toegang te krijgen tot EU-financieringsmogelijkheden?
Om de behoeften van de Europese museale sector beter te begrijpen en de best mogelijke toegang voor musea tot de toekomstige EU-financieringsprogramma’s vanaf 2021 te waarborgen heeft NEMO de deelname van musea aan de gecentraliseerde EU-financieringsprogramma's - in de periode 2014-2018 - in kaart gebracht. Op basis van de bevindingen biedt NEMO aanbevelingen aan EU-beleidsmakers én nationale museumorganisaties en musea hoe musea geholpen kunnen worden om betere toegang te krijgen tot EU-financieringsmogelijkheden. Onder meer door de beschikbare financiering te vergroten en musea een betere toegang te bieden tot toekomstige EU-financieringsprogramma's.

Programmabudgetten
Musea hebben de afgelopen jaren verschillende EU-financieringsprogramma’s ontvangen:

  • Creative Europe: gericht op ondersteuning van de Europese culturele, creatieve en audiovisuele sector;
  • Erasmus+: voor onderwijs, training, jeugd en sport;
  • Horizon 2020: voor onderzoek en innovatie;
  • Europa voor Burgers: om de kloof tussen burgers en de Europese Unie te verkleinen.
    Terwijl de onderhandelingen over de nieuwe EU-financieringsprogramma’s op dit moment in volle gang zijn, loopt de huidige EU-financieringsperiode 2014-2020 af. De begrotingsvoorstellen en prioriteiten voor de verschillende programma's zijn door de Europese Commissie gepresenteerd en worden momenteel besproken.

6% gaat naar musea
In het rapport wordt onderscheid gemaakt tussen de vier verschillende Europese programmabudgetten. Van het cultuurbudget gaat amper 6% naar musea, galerieën en archieven en van de overige programma’s tussen de 0,03 en 0,8%. Dat is erg beperkt. Zeker in verhouding tot de omvang van de Europese museale sector.

Geografisch gezien
Opvallend in het rapport is dat de analyse laat zien dat slechts een fractie van de musea profiteert van EU-financieringsmogelijkheden, waarbij er een geografisch gezien ongelijke verdeling is. Zo zijn de landen (met een hoofdpartner uit dat land) met de meeste gesubsidieerde projecten: Duitsland, Spanje, Frankrijk en Italië. Albanië, Armenië, Bosnië, IJsland, Luxemburg, Macedonië, Rusland en Oekraïne zijn landen met de minste projecten.

Nederlandse musea
Van in totaal 521 musea profiteren slechts 12 Nederlandse musea, galerieën en archieven van de geldstromen. Deze instellingen waren als partner betrokken bij 29 van de in totaal 663 projecten. Dat is weinig, zeker in het licht van de omvang en de hoge kwaliteit die Nederlandse musea het publiek bieden. De Nederlandse musea die EU-financiering hebben ontvangen tussen 2014 en 2018 zijn: Joods Historisch museum, Het Rijksmuseum, Van Abbemuseum, Amsterdam museum, Stichting Herengracht 401 (voorheen Stichting Castrum Peregrini), Landelijk Contact van Museumconsulenten, Verzetsmuseum Amsterdam, Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen, Universiteit van Amsterdam, Foam Fotografiemuseum Amsterdam, Nederlands Filminstituut en Stichting Public Art Squad-Environmental Art for Public Spaces.

Europese besluitvorming
Op basis van de bevindingen van het rapport vindt NEMO dat de volgende beleidsdoelen leidend moeten zijn voor de Europese besluitvorming wat betreft investeringen in de museale sector.

  • Europese musea moeten een rol kunnen spelen bij het realiseren van Europese prioriteiten, zoals groei, integratie, sociale impact, vaardigheden, banen en onderzoek.
  • Musea moeten beter uitgerust worden om te kunnen meedingen naar  EU-budgetten en om als partner aan te kunnen sluiten bij projecten.
  • Er moet een betere toegang komen voor kleine musea tot Europese culturele financieringsprogramma’s.
  • De opleidings- en mobiliteitskansen van museumpersoneel moeten verbeteren door middel van gerichte acties op Europees niveau.

Conclusie
Het rapport bevestigt dat er een grote behoefte is aan capaciteitsopbouw voor musea op Europees niveau. Het huidige budget voor het Creative Europe-programma is € 452 miljoen voor een periode van zeven jaar. Minder dan 6% gaat daarvan naar musea. Dat is te weinig. NEMO ondersteunt daarom initiatieven die voorzien in voldoende budget voor het programma.

De Museumvereniging
De Museumvereniging is blij met dit rapport, omdat het inzicht geeft in de  Europese bijdrage aan musea – onder andere in Nederland. Op basis van het rapport gaat de Museumvereniging in gesprek met partners in het Nederlandse culturele veld én met de eigen leden om te kijken of de toegang van musea tot Europese fondsen, waar dit gewenst is, versterkt kan worden.

De rol van NEMO
Enerzijds kennis en expertise delen en anderzijds bouwen aan een netwerk voor Europese samenwerking. NEMO helpt potentiële museumpartners deel te nemen aan door de EU gefinancierde projecten.  

Meer informatie
Meer informatie voor het aanvragen voor Europese subsidies vind je hier
 

Tags 
Nieuws

Reacties

Naturalis ontbreekt in het rijtje. Onduidelijk waarom, want het museum heeft de afgelopen jaren deelgenomen aan 26 EU-gefinancierde projecten. Van 5 projecten als coördinator.

Dank voor je reactie Hans. Het is een enorme technische klus om de databases door te spitten. We zullen doorgeven dat Naturalis ten onrechte niet als museum is herkend. Dan zou het een volgende doorlichting goed moeten gaan. Vriendelijke groet, team beleid & kwaliteit Museumvereniging