U bent hier

Moties bij debat over Fair Practice Code

woensdag 11 maart 2020 - 11:02

Op 10 maart 2020 was de plenaire Kamervergadering over de Fair Practice Code. Er werden vijf moties ingediend. In grote lijnen waren de moties erop gericht de positie te verbeteren van werkenden in de culturele en creatieve sector. Over de moties wordt op 17 maart gestemd.

GroenLinks en PvdA verzochten de regering  ”rekening te houden met het eigen karakter van de culturele en creatieve sector en de sector goed te betrekken bij de uitwerking van het arbeidsmarktbeleid”. Dit omdat er in de culturele en creatieve sectoren twee keer zoveel mensen niet in loondienst werken (bijvoorbeeld als zzp’er) als het landelijk gemiddelde (60% tegen 30%).

In een andere motie vroegen dezelfde partijen ook om te “onderzoeken wat nodig is om de Fair Practice Code in de gehele culturele sector toe te passen, daarbij niet uit te gaan van gelijkblijvend budget vanuit het Rijk, en de Kamer hier voor de zomer over te informeren”. In het onderzoek dat de minister van OCW tot nu toe heeft laten doen, ging alleen over instellingen die een subsidie van het Rijk ontvangen, en moest het budget gelijk blijven.

Verder was er een motie van SP, GroenLinks en PvdA om de minister te vragen “een implementatieplan voor de Fair Practice Code te presenteren inclusief een financiële onderbouwing die meer recht doet aan de precaire positie van makers en instellingen in de culturele sector”.

De VVD diende een motie in om “in kaart te brengen wat de verhouding bij culturele en creatieve mbo-opleidingen is tussen de kans op een stageplaats en de kansen op de arbeidsmarkt en de Kamer hierover voor 1 januari 2021 te informeren”. Dit omdat er signalen zijn dat mensen na afloop van hun stage zelden een baan krijgen aangeboden en in plaats daarvan worden opgevolgd door een volgende stagiair.

Een motie van D66 verzoekt de regering “om in 2020 een wetsvoorstel in te dienen ten behoeve van collectieve onderhandelingen in de culturele en creatieve sector voor zzp’ers,  en aan de Kamer te rapporteren over de ontwikkeling van de arbeidsmarktpositie in deze sector. Waarbij centraal moet staan of de positie van werkenden in de culturele en creatieve sector verbeterd is.” PvdA en GroenLinks haakten bij deze motie aan, omdat die lijkt op voorstellen die zij zelf al eerder hadden ingediend.

De vijfde motie was van PvdA, SP en GroenLinks. Zij verzochten de regering “bij de Voorjaarsnota een implementatieplan voor de Fair Practice Code te presenteren inclusief een financiële onderbouwing die meer recht doet aan de precaire positie van makers en instellingen in de culturele sector”.

De minister antwoordde in hoofdlijn dat ze het onderzoek van SiRM bewust alleen had laten doen naar instellingen die Rijkssubsidie ontvangen, om dat zij niet gaat over subsidies van gemeentes en provincies, en niet over de commerciële delen van de creatieve en culturele sectoren. Ook benadrukte ze niet over extra budget te beschikken.

De moties zijn te vinden op de website van de Tweede Kamer .

De Museumvereniging heeft pleit voor extra geld voor de implementatie van de Fair Practice Code en heeft daarover een brief aan de vaste Kamercommissie van OCW gestuurd.

Reacties